Hoe voorkom ik dat het dsl- of sync-lampje op mijn modem knippert
Uit EDPnet Wiki
Inhoud |
Voor alle vormen van dsl: ADSL(2+), SDSL en VDSL2
Fysieke kwaliteit van de bekabeling, verantwoordelijkheid en installatiemogelijkheden
Alle vormen van Digital Subscriber Line of DSL (bij edpnet zijn dat ADSL, ADSL2+, SDSL en VDSL2) werken op bestaande telefonie-infrastructuur: een koperen lijn (koperpaar) die vertrekt van de dsl-wijkcentrale (= de DSLAM, die zich in de LEX of Local Exchange bevindt), en over de zogenaamde Local Loop (de spreekwoordelijke last mile) tot de woning of de locatie van de eindgebruiker loopt.
De verantwoordelijkheid over de goede werking van uw dsl-internetverbinding wordt gedeeld tussen uzelf en de beheerder van de local loop (Belgacom). Belgacom is verantwoordelijk voor alles tussen het edpnet-netwerk enerzijds, en het zogenaamde isra-punt en het ntp anderzijds.
Het isra-punt (isra = infrastructuur-randapparatuur) is het punt waar uw telefoon- en ADSL-lijn (of in het geval van een koperpaar zonder telefoonsignaal, zoals bij SDSL, spreken we over een raw copper-lijn) het gebouw binnenkomt; het ntp (network termination point) is het "bakje" waarop Belgacom de lijn bij de klant aflevert (in de kelder, aan de voordeur, in de garage, ...).
Hier voorbij is het de verantwoordelijkheid van de eindgebruiker om deze hardware, vaak wordt ernaar verwezen met de term binnenbekabeling, in goede conditie te houden. Let dus op voor beschadiging van de plastic isolatie van uw telefoonbekabeling, voor oxidatie van uw telefoonstopcontacten, voor "slecht contact" door ondeskundige doe-het-zelfinstallatie, e.d.m. Let m.a.w. op de fysieke kwaliteit van uw eindinfrastructuur: binnenbekabeling, aftakkingen, telefoonstopcontacten, ADSL-splitters, modem.
Meer informatie over de gedeelde verantwoordelijkheid tussen de beheerder van de local loop (Belgacom) en uzelf vindt u op de Belgacom-website.
Indien u er de voorkeur aan geeft uw modem, splitters, bekabeling e.d. door edpnet te laten installeren, dan kunt u uit een van de verschillende installatiemogelijkheden kiezen.
Lengte van de bekabeling
Dsl is eigenlijk niets anders dan een tweede, hoogfrequent signaal dat over een bestaande koperen (telefoon)lijn heen wordt gestuurd. Een eerste belangrijke kwaliteitsaspect heeft daarom eigenlijk alles met kwantiteit te maken. De wetten van de fysica zeggen namelijk dat hoe verder een signaal zich moet verplaatsen, hoe meer het zal afzwakken, en voor signalen op hoge frequenties, zoals dsl, geldt dit afzwakkingseffect nog meer.
Edpnet is daarom verplicht rekening te houden met de afstand waarop u, de eindgebruiker, zich bevindt tot de dsl-wijkcentrale waarop uw lijn wordt aangesloten. Hoe kleiner deze afstand, hoe hoger de lijnsnelheid die we u kunnen aanbieden. Helaas geldt evenzeer dat hoe verder u van de centrale afzit, hoe trager uw internetverbinding zal zijn.
Om diezelfde reden is het zeer belangrijk dat u de lengte van de bekabeling waarover uw dsl-signaal zich voortplant tot het minimum probeert te beperken. Wij raden aan uw dsl-modem nooit aan te sluiten op een binnenshuise kabel langer dan een zevental meter. Indien dit praktische moeilijkheden oplevert, gebruik dan beter een ethernet-modem (i.p.v. een usb-modem), en werk vanaf de modem of met een lange netwerkkabel, maar houd de dsl-koperlijn zo kort mogelijk.
Voor adsl op een bestaande telefoonlijn: splitters/filters
Op een shared adsl-lijn (d.i. adsl op een lijn die ook nog voor telefonie gebruikt wordt) is het nodig splitters (ook wel filters genoemd) te plaatsen om het adsl-signaal te scheiden van het telefoniesignaal. Omdat het telefoonsignaal van een analoge telefoonlijn (pstn) een andere, lagere frequentieband gebruikt dan dat van een digitale of isdn-telefoonlijn, bestaat voor elk van deze types lijnen een splitter en een modem: Annex A voor pstn-lijnen; Annex B voor isdn-lijnen.
Opmerking: voor raw copper-adsl-lijnen heeft men weliswaar een Annex A-modem nodig, maar aangezien er op een raw copper-lijn alleen een dsl-, en geen telefoonsignaal zit, zijn er geen splitters nodig.
Splitters voor een pstn-lijn
Er zijn twee types op de Belgische markt: de vijfpolige splitter (meest voorkomend) en de full rate-splitter.
Vijfpolige splitter
Op elk telefoonstopcontact van de adsl-lijn, ook op de ongebruikte, dient een vijfpolige splitter geplaatst te worden.
Full rate-splitter
Indien er drie stopcontacten of meer zijn, raden wij aan een full rate-splitter te plaatsen. Deze full rate-splitter is een splitter van hogere technische kwaliteit, die aan het begin van de telefoonlijn geplaatst wordt, vlakbij het punt van binnenkomst van de lijn (het isra-punt). Het adsl-signaal wordt op deze manier zo vroeg mogelijk van de rest van de telefoonbekabeling, hoe lang die ook is, afgescheiden. Een full rate-splitter is daarom sowieso aan te raden bij lange of verouderde telefoonbedrading, of bekabeling van mindere kwaliteit.
Ook als u op uw lijn een alarm- of telefooncentrale hebt, dient u het adsl-signaal weg te filteren met een dergelijke full rate-splitter.
Bovendien is één full rate-splitter goedkoper vanaf drie aparte telefoonstopcontacten, die elk een vijfpolige splitter vereisen.
Adsl over isdn: altijd een full rate-splitter (Annex B)
Er is slechts één type splitter voor adsl op isdn, en dit is een full rate-type. Deze splitter kan slechts op één plaats geïnstalleerd worden, nl. vóór de NT1- of Twin-box. Anders gezegd: om te voorkomen dat de adsl-signalen de NT1- of Twin-isdn-terminatiebox zouden verstoren, moeten deze van de lijn worden weggeleid nog voor ze de NT1- of Twin-box kunnen bereiken. De full rate-splitter moet dus worden geplaatst tussen het binnenkomstpunt van de lijn en de isdn-box.
Links
selfcare.belgacom.net: Uw aansluiting op het Belgacom-netwerk wordt stap voor stap uitgevoerd.

